Ik draai alweer een jaar of twee bij Ubuntu mee. Ik heb mensen zien gaan en mensen zien komen. Ik heb meegemaakt hoe het forum begon: piepklein, een vriendenclubje. Het was goed, leuk en gezellig kortom: spelen. Het forum is ondertussen uitgegroeid tot bijna 6000 mensen, op IRC is het vaak drummen, mensen beginnen zich spontaan aan te bieden om vertaalwerk te doen, de wiki verder uit te bouwen, … En wil je dit in goede banen leiden dan heb je een goede organisatie nodig want dan gaat er werkelijk niks meer vanzelf.
Je hebt dan een teamleider nodig, die fors ondersteund wordt door Canonical want er staan belangrijke dingen te gebeuren: er moet een vrijwilligersorganisatie op poten gezet worden waar je U tegen mag zeggen. Er moeten verantwoordelijkheden worden afgestaan naar werkgroepen en lokale afdelingen. En die afdelingen moeten dan vervolgens ook weer begeleid worden want anders hangt alles als los zand aan elkaar en zit je met een stuurloos schip. Vlotte communicatie, een heldere structuur en dito organisatie, daar zal het om moeten draaien. Je moet niet eindeloos zitten wachten op een antwoord van bovenaf. Zoiets werkt alleen maar vertraging/demotivatie in de hand. Er moet iets gebeuren. Doelen gesteld worden. Duidelijk, concreet. Niets is zo vermoeiend als het maken van plannen waar vervolgens niks mee gedaan wordt. Wat is er eigenlijk terecht gekomen van die Wintermeeting? Uiteindelijk was het niet meer dan een soort “social call”.
Mensen zijn mensen, ze hebben zo hun beperkingen. Vrijwilligers zijn vrijwilligers, je mag ze niet uitbuiten als waren ze bij je in dienst. Je moet goed op vrijwilligers passen, ze niet overbelasten. Voordat je het weet, hebben ze met de beste bedoelingen van de wereld te veel hooi op hun vork genomen, beginnen ze kribbig te worden, te trappen, worden onbereikbaar, worden boos om de zoveelste vraag naar de werking van de sources.list of wat dan ook. Vrijwilligers zijn soms mensen die liever over hun eigen lijk gaan dan dat ze durven aangeven dat ze iets niet aankunnen, bijten liever hun tong kapot dan dat ze om hulp vragen.
Gelukkig zitten wij bij UBUNTU. Ik citeer Desmond Tutu omdat ik het zelf niet beter kan zeggen: “A person with ubuntu is welcoming, hospitable, warm and generous, willing to share. Such people are open and available to others, willing to be vulnerable, affirming of others, do not feel threatened that others are able and good, for they have a proper self-assurance that comes from knowing that they belong in a greater whole”.
Mensen zijn mensen, ze hebben zo hun talenten. Bij Ubuntu zijn zoveel verschillende taken te verdelen dat er voor vrijwel iedereen een taak is, die aansluit bij haar/zijn kwaliteiten. Vrijwilligers bij hun nekvel grijpen, motiveren, daarin moeten we investeren. Gebeurt dit niet dan zullen bepaalde mensen die gemotiveerd zijn beginnen afhaken en dreigt al het werk dat we samen gepresteerd hebben voor niets geweest te zijn. Een echte nerd zet je niet in als voorlichter maar die zet je achter de computer. Mensen met taalgevoel zet je aan het vertalen/schrijven. Zo raken ze meer en meer gemotiveerd, je geeft ze een verantwoordelijkheid en zeggenschap. Zet er een leider boven die de taken verdeelt, mensen een pluim geeft, waar dat nodig is en de zaak oppept wanneer de groep in de dip dreigt te raken en zorgt voor een vlotte en efficiënte communicatie tussen de groep en de top.
Al met al denk ik dat het tijd wordt dat we in België en Nederland de Ubuntu-gedachte serieuzer gaan nemen. Microsoft heeft een enorm budget, zonder menselijkheid. Ubuntu heeft geen budget maar wel plaats voor menselijkheid. De keuze lijkt mij simpel. Maar Ubuntu is wel een missie: Gebeurt er niks, dan gebeurt er weer niks. Of, om het met de woorden van onze Waalse vriend Elio Di Rupo te zeggen: “Au boulot” aan ’t werk. De speeltijd is over.